Blog: Bericht uit Wellington

Mijn werk in Wellington zit er nu op. Vandaag even tijd om mijn gedachten te ordenen. Dat doe ik door jullie een samenvatting te geven van wat er allemaal is afgesproken en op de rails gezet. Morgen vlieg ik nog naar het hoge noorden om met de mastercarver Hector Busby en met de president of the nga waka federation Robert Gabel kennis te maken. 

Met het vliegtuig naar het hoge noorden

We gaan het hebben over wat Museum Volkenkunde voor museum is en wat Leiden voor een omgeving is en welke rol de waka bij ons kan gaan spelen. Zodat zij weten wat voor thematiek het houtsnijwerk op de waka moet gaan verbeelden. Bij de belangrijkste besprekingen hier in Wellington met Toi Maori is een filmploeg aanwezig geweest zodat Herman kan beschikken over voldoende eerste klas materiaal voor de documentaire “the making of the Leiden waka”. Bij de ontmoetingen morgen is ook een filmploeg aanwezig, die vanaf mijn aankomst op het vliegveld van Kerikeri op zaterdagochtend om 10.15 tot het afscheid van Hector en Robert ’s avonds alles gaat vastleggen. Jan Bieringa, de vrouw van Luit, heeft dit allemaal perfect georganiseerd. Zondagavond vlieg ik terug, en dinsdag middag zien jullie me misschien al weer op kantoor verschijnen. In ieder geval op woensdag 31 maart.

De Leidse waka, wel heel bijzonder!
Op dinsdag, woensdag en donderdag heb ik in wisselende samenstelling met directeur Garry Nicholas, projectleider Tamahou Temara en presidente Waana Davis van Toi Maori Aotearoa over het wakaplan gesproken; daar was ook hun jurist Roger Drummond bij, die de afspraken over de Leidse waka in een contract gaat vastleggen. Het verreweg belangrijkste punt is dat toi Maori de beste waka bouwer van Nieuw Zeeland – Hector Busby – bereid heeft gevonden om de Leidse waka te gaan maken. En daarmee wordt onze waka niet zomaar een kano, maar een van de weinig waka met een heel eigen identiteit: hij krijgt een officiële Maori naam waaronder hij in de Maori gemeenschap bekend zal staan, en de bemanning krijgt niet alleen 20 prachtige peddels, maar ook evenveel met de hand geweven mantels. Verder komt er ook een speciale “haka” voor onze waka; dat wil zeggen een typisch Maori begroetingsritueel, met een choreografie die past bij het verhaal van de Leidse waka. Dat verhaal wordt in het houtsnijwerk van de waka verteld en krijgt als elementen Abel Tasman, de vele immigranten uit de vorige eeuw die van Nederland naar Nieuw Zeeland zijn gekomen, Museum Volkenkunde, de stad Leiden, de universiteit en Njord en misschien zelfs de BankGiroLoterij. Een dergelijke waka heeft veel “mana”, zoals dat hier heet. Hij heeft een sterke eigen identiteit en spirituele betekenis en het gebruik ervan is aan stevige beperkingen onderhevig. Dat is enerzijds geweldig: een enorme eer dat Maori gemeenschap zoveel vertrouwen in ons heeft dat zijn dat voor ons willen doen. Maar het nadeel is dat we deze waka dus niet zomaar mogen inzetten voor rondvaarten, verjaarspartijtjes of nachtelijke tochten over Leids water alsof het een buitenissig sloepje is.” Cultural integrity of the waka” is het sleutelwoord; wat dat precies betekent wordt ons allemaal uitgelegd tijdens de lancering; in ieder geval mag hij wel worden ingezet bij alle nautische evenementen van niveau, zoals Sail Amsterdam, een regatta, en wat allemaal meer een zekere standing heeft. Deze waka blijft eigendom van Toi Maori; wij krijgen hem in eeuwigdurend bruikleen. Dat betekent dat wij regelmatig moeten rapporteren over het gebruik ervan. De chef van onze waka crew (die “Kaihautu”gaat heten) moet zelfs af en toe in Nieuw Zeeland verschijnen om zijn bericht te doen en zijn collega kaihautu’s te ontmoeten . Bij bijzondere gebeurtenissen hebben we zelfs de toestemming van Toi Maori nodig hebben om hem te gebruiken.

John Dow
Ik heb er alle vertrouwen in dat het contract tussen Toi Maori en ons er goed en acceptabel uit komt te zien. Maar het is nog niet klaar. Ik heb John Dow ingeschakeld als zaakwaarnemer in Wellington. Hij weet precies wat we willen, is een vertrouweling van Toi Maori en hij voert de verdere besprekingen over de details van het contract, de betaling aan Toi Maori en de waaier van tegenprestaties die we krijgen (meer daarover later). John gaat ook de marketing van de waka in Nieuw Zeeland verzorgen; dat betekent dat hij de mogelijkheden voor het gebruik van de waka bij NZ evenementen in Europa in de gaten houdt, de contacten legt en er voor ons deals over gaat sluiten. Denk aan optredens van de All Blacks, de herdenkingsbijeenkomsten voorde eerste wereldoorlog (waar veel Maori meevochten en sneuvelden) die er aan staan te komen, de opening van de Te Papa tentoonstelling in Parijs in 2011 enzovoorts. Met John aan boord verwacht ik dat er een goede inkomstenstroom uit het gebruik van de waka kan ontstaan. Die inkomsten zullen we hard nodig hebben om het onderhoud van de waka en trips van onze Njord crew mee te financieren.

Het maken en afleveren van de Leidse waka.
Hector Busby gaat de Leidse waka niet bij ons op het terrein maken, maar in zijn eigen werkplaats in het hoge noorden van het Noordereiland – waar ik morgen naar toe ga. Dat is even anders dan we hadden gedacht. De waka wordt gemaakt uit een 1000 jaar oude kauriboom, die speciaal voor de gelegenheid wordt gekapt. De waka wordt een meter of 13 lang en gaat ongeveer 1.5 ton wegen. Hector gaat er hier in NZ al proefvaarten mee maken, zodat hij de garantie kan geven dat we een perfect varende waka krijgen. De waka wordt dan op een eigen trailer gezet en door de buitengewoon ervaren transporteur Cyril Wright naar Nederland getransporteerd. Cyril levert hem zelf bij ons op het terrein af, en hij kan op de trailer blijven liggen en buiten worden tentoongesteld. Cyril komt op 1 april al bij ons langs om poolshoogte te nemen. Ik hoop dat Farideh er dan is om met hem de technische details door te nemen. De planning is nu dat de waka eind juli op transport wordt gesteld naar Leiden, en dan ergens in september zal arriveren. Ik heb afgesproken dat de feestelijke tewaterlating van de waka samenvalt met de opening van de tentoonstelling op 14 oktober. De waka is zo groot en zwaar, dat het niet doenlijk lijkt om bij ons Volkenkunde terrein een installatie te maken om hem te water te laten. Het ligt meer voor de hand dat hij op zijn trailer naar een scheepshelling wordt gereden, en dan vanaf de trailer in het water gaat. Ik hoop dat er bij Njord een dergelijke helling is! En dan kan hij vandaar weer naar Volkenkunde worden gepeddeld, en bij onze aanlegsteiger – die we dus in ieder geval moeten maken – worden afgemeerd.

Waka nummer twee: een “waka tete”
Voor Njord is het leuk, denk ik, als ze de waka vaak kunnen inzetten, ook bij studentikoze grappen. Voor ons is het van belang om onze bezoekers wel degelijk een waka ervaring te kunnen bieden. Bijvoorbeeld in het museum en schoolprogramma (?), voor verjaarsfeestjes en andere vrolijke evenementen, of om een wakatocht te kunnen aanbieden bij onze publieksprogramma’s. Met een “waka taua” zoals de Leidse waka wordt kan dat niet. Maar een “waka tete” mag dat wel. Dat is een veel goedkopere waka, gemaakt van een fiberglas of multiplex romp, waar houtsnijwerk als versiering aan de zijkanten en op voor en achtersteven is aangebracht. Een dergelijke waka kost ongeveer 20.000 euro, en die wordt ons eigendom; we mogen er mee doen wat we willen. Hij kan het hele seizoen in het water blijven liggen en in de winter worden opgeborgen. Ik ben met Toi Maori in gesprek om ons ook zo’n waka te leveren. Dat gesprek moet ik morgen met de voorzitter van de waka federation Robert Gabel voortzetten en afronden. De versieringen van deze waka kunnen dan in augustus door de houtsnijders die dan komen wel bij ons op het terrein worden gemaakt. Daarmee voldoen we ook nog eens netjes aan de verwachtingen die ik in de aanvraag bij de BankGiroLoterij heb gewekt.