Blog: Robert Gabel in Waitangi
Vandaag begint het echte werk, op bezoek bij de mannen die waka’s maken en in waka’s varen. Luit brengt me om 6 uur naar vliegveld Wellington, en via Auckland kom ik tegen 11 uur aan op het kleine vliegveldje van Kerikeri and the Bay of Islands. Jan Bieringa en de filmploeg staan klaar om alles te registreren, en de voorzitter van de Nga Waka Federation Robert Gabel begroet me op zijn Maori’s, met een “honggi”, de karakteristieke neuszoen.

Robert Gabel in gesprek met Jan Bieringa
We rijden naar Waitangi, waar op een prachtig grasveld aan de Bay of Islands de grootste waka van Nieuw Zeeland ligt. Deze Waitangi Waka is in 1940 ter gelegenheid van de 100ste verjaardag van de Treaty of Waitangi gemaakt, is 35 meter lang en kan een crew van een man of 80 hebben.
Overigens voor de niet ingewijden: de Treaty of Waitangi is misschien wel het belangrijkste document in de geschiedenis van Nieuw Zeeland. Het is het contract uit 1840 waarin de Maori chiefs koningin Victoria als hun vorstin erkenden en zij de Maori als volwaardige onderdanen van de Britse kroon. Het pakte allemaal wat anders uit dan de Maori destijds hadden gedacht. Er kwam een enorme immigratie op gang en zij raakten in een mum van tijd al hun land aan de “pakeha” (zoals de Maori de Britten noemden) kwijt. Pas vanaf 1975 wordt de Treaty weer serieus genomen, is er zelfs een “Waitangi Tribunal” ingesteld en claimen de Maori met veel succes de rechten die zij op basis van dat verdrag hebben. Voor wie nog meer wil weten: lees Witi Ihimaera’s net verschenen prachtige roman The Trowenna Sea!

De Waitangi waka in zijn botenhuis
Terug naar zaterdagochtend 27 maart, op het grasveld van Waitangi. Robert Gabel’s eigen waka lag er ook, en de onze wordt een tweelingbroertje.

De waka taua van Robert Gabel, waar de onze een jonger broertje van wordt.
Gemaakt uit een naburige kauriboom, hij krijgt dezelfde soort versiering en wordt gemaakt door de zelfde fenomenale wakabouwer Hector Busby. De foto’s moeten de rest van het verhaal maar vertellen. Adembenemend mooi, rank en elegant die waka!

Voorsteven, met prachtige open houtsnijwerk

Achtersteven, die omklapbaar moet worden ivm doorvaarhoogtes in Nederland
Langzamerhand wordt me duidelijk dat Robert ook van plan is een echt waka botenhuis te laten maken, een kleine variant van het hele grote Waitangi Waka botenhuis dat op de foto’s te zien is. Dat wordt me wat! We praten over van alles en nog wat, hoe de waka er uit komt te zien, waar hij komt te liggen, hoe hij wordt versierd, en hoe hij wordt gebruikt. Robert blijft argwanend. Zoveel wist hij ook nog niet over die gekke Nederlander die op eens een waka wil hebben. Weet die man wel hoe belangrijk een waka is, hoe bezield met voorouders een waka is, en hoe een waka zich tegen je kan keren als je er niet goed voor zorgt? Begrijpt hij wel dat een waka niet geschikt is om een studenten Bierfest zoals hij dat noemt op te vieren? In de loop van de anderhalve dag dat ik metRobert optrek klaart de lucht, en groeit zijn vertrouwen. Zo zegt hij bij het afscheid op zondagochtend, in het bos waar onze kauri boom vandaan is gekomen, dat hij er erg veel vertrouwen in heeft gekregen. Mijn opmerking dat Volkenkunde de waka graag in eeuwigdurend bruikleen heeft omdat we daarmee ook een eeuwigdurende vriendschapsrelatie tussen Volkenkunde en de Maori gemeenschap kunnen opbouwen heeft hem aangenaam geraakt. Dat is heel wat beter dan een eenmalige transactie waarin we een waka van hem kopen en dan niks meer van ons laten horen.
Robert laat me ook zijn “waka tete” zien, een uit fiberglas gemaakte waka, waarvoor helemaal geen cultureel protokol geldt en die dus wel voor van alles en nog wat mag worden gebruikt. Hij wil voor zo’n 15 tot 20.000 euro ook nog wel zo’n waka voor ons maken. Lijkt het ei van Columbus. Dan maar twee waka’s voor Volkenkunde. De sjieke ceremoniële aan zwaar protocol onderhevige waka taua, en de funwaka tete waarmee we wel feestjes op het Leidse water mogen vieren.

De waka tete van Robert; weinig versiering en een fiberglas romp.